Dossieropdracht 2: BIT verslag

Effectief leren : Hoofdstuk 1

“Kenmerken effectief leren en directe instructie”

“Directe instructie”draait volgens mij om het optimaliseren van de actieve leertijd. Leerlingen moeten actief kunne leren bij jou in de klas en om dat te bereiken moet je kunnen leiden en begeleiden tegelijkertijd. Met leiden bedoel ik het kunnen zorgen voor een goede orde in de klas, en dat is het eerste zorg voor elk onervaren docent. Onder begeleiden hoort eigenlijk een hele scala aan bekwaamheden: taakgericht zijn, leerlingen steeds stimuleren en motiveren, goed kunnen uitleggen…en al deze bekwaamheden zullen we tegen komen in de verschillede lesfasen van deze didactische model.

Directe instructie is ook bedoeld om leerlingen effectief te laten leren. Hiervoor worden “sleutelbegrippen”genoemd en tot de laatste detail uitgelegd. Tijdens mijn stage van vorig jaar had ik hier gebruik van gemaakt en ik kan wel zeggen dat mijn lessen geslaagd waren (ook volgens mijn coach en leerlingen).

In het begin had ik wel wat moeite mee met het bepalen van de juiste niveau van de leerstof omdat ik het niveau van de leerlingen niet goed kon inschatten. Zichtbaarheid van het leer- en denkproces bij leerlingen tijdens de fase van leerstofverwerking vind ik nog steeds één van de moeilijkste taken die een docent moet kunnen beheersen.

Als laatste wil ik het hebben over motivatie, want het is gewoon één van de pillaren van een goede sfeer in de klas. Wat mij echt aanspreekt in de zes factoren die hierbij horen is “succes ervaren”en “positieve benadering”. De vruchten van succes ervaren kan je duidelijk zien na een proefwerk bij leerlingen die goede cijfers hebben behaald ( tonen meer interesse, durven meer vragen te stellen…) daarom kan je beter als je een moeilijke leerstof behandelt, eerst één of twee “makkelijke” So’s geven om je leerlingen succes te laten ervaren en dan pas een proefwerk geven. Positieve benadering zorgt als eerst voor een prettige en veilige sfeer in de klas en dat zorgt voor gemotiveerde leerlingen en docenten.

Effectief leren : Hoofdstuk 2

“Kenmerken effectief leren en directe instructie, de lespraktijk in fasen”

In deze hoofdstuk worden de basis ingrediënten voor een geslaagde les benoemd. Alle lesfasen zijn logisch opgebouwd, en je krijgt het gevoel of je een algoritme aan het lezen bent. Die lesfasen heb ik allemaal uitgeprobeerd tijdens mijn stage van vorig jaar. Ik had toen ook kennis gemaakt met het OE2R model: KAG-AL (Kennis Als Gereedschap – Activerend Leren) maar die vond ik toen meer bedoeld voor ervaren docenten. Dat wil niet zeggen dat het directe instructie model voor onervaren docenten bedoeld is, maar door de “overmaat” aan structuur ( wat sommigen als minpunt zien) zullen onervaren docenten de zekerheid krijgen dat ze geen slechte of onvolledige uitleg of instructie zullen geven. Er zullen ook altijd leerlingen zijn die extra structuur nodig hebben en dan ligt deze instructie strategie voor de hand ook voor ervaren docenten.


Aanvullig:

Ik had tijdens mijn stage wat lessen bijgewoond van andere collega’s. En als ik mijn lessen als stagiaire zou moeten vergelijken met die van andere ervaren docenten dan zou wel kunnen zeggen dat mijn lessen geslaagd waren. Als stagiaire of beginnende docent is orde houden en zorgen dat je leerlingen aan de slag gaan tijdens het zelfstandigwerkzaamheid één van je grootste zorgen, en dat was me wel gelukt m.b.v het directe instructie model. Dat kreeg ik ook te horen van mijn coach van wie ik toen het advies kreeg om te gaan solliciteren bij de school waar ik nu werkzaam ben. Leerlingen vonden het ook leuker om precies te weten wat er allemaal in de les gaat gebeuren. Ze hadden ook het gevoel dat de lessen wat korter duurden dan hiervoor…

Positieve benadering: Ik geef les aan sport en cultuur klassen. In de sport klassen probeer ik vaker een link te vinden tussen wiskunde en sport, en dan zijn gelijk bijna alle leerlingen gemotiveerd om iets te vertellen over hun succes in sport. Als je dan je leerlingen laat zien en voelen dat je dat wel waardeert en ook hetzelfde van hun verwacht in wiskunde, dan zullen ze zeker bereid zijn om hun best te gaan doen om je niet teleur te stellen en om hun “status” hoog te kunnen houden. Hetzelfde geldt ook voor de cultuurklassen.


Dossieropdracht 1: muurtje bouwen

“Wat moet een goede wiskunde leraar kunnen?”

Hieronder kan je lezen wat volgens mij de vijf belangrijkste bekwaamheden zijn:

1- Voldoende wiskundige bagage hebben: Ik heb het al vaker hierover gehad met andere medestudenten of collega’s. Ik kan ook van mening veranderen over bepaalde bekwaamheden, maar “kennis”zal altijd top 1 blijven. Want je kan over alle andere bekwaamheden beschikken maar zonder kennis kan je niets betekenen voor je leerlingen. Kennis zorgt ook ervoor dat de andere bekwaamheden optimaal worden, neem bijvoorbeeld het creëren van een goede sfeer: Als je leerlingen erachter komen dat je de stof niet goed beheerst dan zullen ze zich niet veilig voelen bij jou in de klas. Ik kan hier nog meer over vertellen maar nu ga ik gewoon naar de top 2.

2- Je moet gemotiveerd zijn als docent en houden van je vak als je je leerlingen wilt motiveren en stimuleren in je klas. Het zou gewoon niet kloppen als je van je leerlingen vraagt dat ze meer interesse tonen in wiskunde terwijl je er zelf niets van vindt. Het is bekend dat tijdens het communiceren het gedrag van de zender hetzelfde gedrag zal uitroepen bij de ontvanger en vis versa. Dus wil je je leerlingen echt motiveren en stimuleren dan zou je eerst bij jezelf moeten beginnen.

3- Goed kunnen uitleggen en de kennis op verschillende manieren kunnen over brengen. Ik ben er zelf erachter gekomen tijdens mijn stage van vorig jaar. Mijn uitleg was eerst puur theoretisch maar niet alle leerlingen dezelfde leerstijlen hebben ( leerstijlen volgens Kolb bijv). Met andere worden moet je als wiskundedocent de stof op verschillende manieren kunnen aanbieden zodat leerlingen met verschillende leerstijlen het wel kunnen snappen.

4- Zorgen voor een prettige sfeer in de klas. Leerlingen moeten zich thuis voelen bij jou in de klas, en het draait hier volgens mij om respect. Respect tussen jou als docent en je leerlingen en respect tussen leerlingen onderling. Je moet ook zorgen dat al je leerlingen zich gewaardeerd voelen bij jou in de klas.

5- Ik vind ook dat een goede wiskunde docent op de hoogte moet zijn en blijven van alle vernieuwingen in zijn vak. Ik moet zelf nog hard hier aan werken…

Sterkte/zwakte analyse:

Het is niet altijd makkelijk om zelf je sterke en zwakke eigenschappen als docent te herkennen en te erkennen. Je moet eerst een lerende houding kunnen ontwikkelen. Ik ga eerst de punten waarvan “ik denk” dat ik ze wel beheers benoemen en daarna de “verbeter punten”.

Sterke punten:

- Tijdens zelfwerkzaamheid probeer continu mijn leerlingen te stimuleren in het kritisch beoordelen van gegevens en uitkomsten. Ik vind het één van de beste manieren om leerlingen de leerstof te laten begrijpen en onthouden.

- Ik stimuleer mijn leerlingen om de problemen te leren analyseren en een plan van aanpak te maken. Dat doe ik meestal tijdens het nakijken van huiswerk of het nabespreken van so of proefwerken.

- Ik probeer mijn leerlingen te stimuleren voor wiskunde door allerlei zaken te vertellen die iets te maken hebben met wiskunde en hun leefwereld. Ik geef zelfs les aan cultuurklassen en probeer vaker een link te vinden tussen wiskunde en cultuur, bijv dans en symmetrie.

- Ik probeer de stof ook zo helder en duidelijk te presenteren door dat eerst klassikaal te doen en daarna leerlingen individueel te vragen de behandelde stof in eigen woorden samen te vatten of er tenminste voorbeelden van te geven.

- Ik zorg ook dat leerlingen zich veilig bij mij voelen. Ik ben van natuur een vriendelijke persoon, en heb waardering voor elk persoon zoals die is. In de klas vind ik het zelf prettiger als ik alle leerlingen aandacht kan geven. Dat is wel moeilijk te realiseren maar wie geen aandacht heeft gekregen tijdens een gegeven les moet dat wel krijgen in de eerst volgende les.

Zwakke punten:

- optimaliseert de actieve leertijd. Ik vind dat ik niet goed genoeg ben in het optimaliseren van de actieve leertijd. Wat lukt bij de ene klas hoeft niet perse te lukken bij de andere klas. Ik denk dat het meer een kwestie van ervaring is.

- De leraar maakt goed gebruik van didactische hulpmiddelen. Ik ben momenteel veel te afhankelijk van het boek, misschien omdat het mijn eerste jaar is als docent. Ik zou wel graag gebruik willen maken van meerdere hulpmiddelen om te zorgen voor variatie in mijn lessen.

Gezien mijn modeste ervaring met lesgeven kan ik de andere punten niet echt kritisch behandelen omdat ik nog niet de mogelijkheid heb gekregen om ze allemaal uit te proberen.

Effectief leren : Hoofdstuk 1

“Kenmerken effectief leren en directe instructie”

“Directe instructie”draait volgens mij om het optimaliseren van de actieve leertijd. Leerlingen moeten actief kunne leren bij jou in de klas en om dat te bereiken moet je kunnen leiden en begeleiden tegelijkertijd. Met leiden bedoel ik het kunnen zorgen voor een goede orde in de klas, en dat is het eerste zorg voor elk onervaren docent. Onder begeleiden hoort eigenlijk een hele scala aan bekwaamheden: taakgericht zijn, leerlingen steeds stimuleren en motiveren, goed kunnen uitleggen…en al deze bekwaamheden zullen we tegen komen in de verschillede lesfasen van deze didactische model.

Directe instructie is ook bedoeld om leerlingen effectief te laten leren. Hiervoor worden “sleutelbegrippen”genoemd en tot de laatste detail uitgelegd. Tijdens mijn stage van vorig jaar had ik hier gebruik van gemaakt en ik kan wel zeggen dat mijn lessen geslaagd waren (ook volgens mijn coach en leerlingen).

In het begin had ik wel wat moeite mee met het bepalen van de juiste niveau van de leerstof omdat ik het niveau van de leerlingen niet goed kon inschatten. Zichtbaarheid van het leer- en denkproces bij leerlingen tijdens de fase van leerstofverwerking vind ik nog steeds één van de moeilijkste taken die een docent moet kunnen beheersen.

Als laatste wil ik het hebben over motivatie, want het is gewoon één van de pillaren van een goede sfeer in de klas. Wat mij echt aanspreekt in de zes factoren die hierbij horen is “succes ervaren”en “positieve benadering”. De vruchten van succes ervaren kan je duidelijk zien na een proefwerk bij leerlingen die goede cijfers hebben behaald ( tonen meer interesse, durven meer vragen te stellen…) daarom kan je beter als je een moeilijke leerstof behandelt, eerst één of twee “makkelijke” So’s geven om je leerlingen succes te laten ervaren en dan pas een proefwerk geven. Positieve benadering zorgt als eerst voor een prettige en veilige sfeer in de klas en dat zorgt voor gemotiveerde leerlingen en docenten.

Effectief leren : Hoofdstuk 2

“Kenmerken effectief leren en directe instructie, de lespraktijk in fasen”

In deze hoofdstuk worden de basis ingrediënten voor een geslaagde les benoemd. Alle lesfasen zijn logisch opgebouwd, en je krijgt het gevoel of je een algoritme aan het lezen bent. Die lesfasen heb ik allemaal uitgeprobeerd tijdens mijn stage van vorig jaar. Ik had toen ook kennis gemaakt met het OE2R model: KAG-AL (Kennis Als Gereedschap – Activerend Leren) maar die vond ik toen meer bedoeld voor ervaren docenten. Dat wil niet zeggen dat het directe instructie model voor onervaren docenten bedoeld is, maar door de “overmaat” aan structuur ( wat sommigen als minpunt zien) zullen onervaren docenten de zekerheid krijgen dat ze geen slechte of onvolledige uitleg of instructie zullen geven. Er zullen ook altijd leerlingen zijn die extra structuur nodig hebben en dan ligt deze instructie strategie voor de hand ook voor ervaren docenten.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.